Beste Dames en Heren,

We zijn begonnen met een gesprekje over het weer, dat uitliep op een paar praktische (uitspraak)oefeningen met woorden die '-ui-' bevatten.

Tijdens de hele les regelmatig de vraag "hoe zeg je ... in het Nederlands?" Geen test, nog minder een examen, maar wel een manier om te constateren dat de groep een goede beheersing van het vocabulaire heeft. Felicitaties!

We hebben gewerkt aan zinnen met 'voordat, daarvoor,...'(blz.98). Een beetje syntaxis.

Het gebruik van een voorzetsel voor en na een substantief (blz.99).

De betrekkelijke bijzin (proposition relative) (blz.102-104). 

We hebben ook nog wat gepraat over het gebruik van 'pas' in een zin als "De brief die ik vorige week heb verstuurd, is pas vandaag aangekomen". En het woord 'net' ('net zo, in het net overschrijven, nette kleren, nette mensen,...')

Voor de volgende keer: lees blz.110-111, begin de oefeningen van blz.111-112.

Tot volgende week